Paniek in de Jirnsumer dropfabriek

De Oldtimers dropfabriek in het Friese Jirnsum is sinds vrijdagmorgen in rep en roer. Het receptenboek met daarin de droprecepturen van de familie Douwena is spoorloos verdwenen. De bijbel van de Jirnsumer dropmakers! De ‘holy grail’ van droplievend Nederland!
Toen het hoofd van de productie – Hylkje Adema – het receptenboek erop na wilde slaan om de receptuur van de allernieuwste variant te controleren, was het spoorloos verdwenen. Het boek stond altijd op zijn vaste plek, in de hoge oude boekenkast in het kantoor van de directeur, tussen de oude naslagwerken met ingrediënten. Nu gaapte er een dropzwart gat.

Hylkje raakte licht in paniek. “Zonder de originele receptuur is het onmogelijk nieuwe Oldtimers varianten op de markt te brengen. Onze Oldtimers fans zijn gewend aan de pure en karaktervolle dropsmaak die de Douwenga’s tot een kunst verheven hebben, daar mogen we nooit concessies aan doen! We moeten de Douwenga recepturen zo snel mogelijk terugvinden!”, dacht ze. Hylkje probeerde haar hoofd koel te houden.

“Onze directeur is sinds maandag naar Azië op zijn jaarlijkse zoethoutexpeditie. Ik weet zeker dat ik het boek dinsdag nog heb zien staan, toen ik met de officemanager – Jisse Speerstra – de orders doornam. Iemand moet het daarna weggenomen hebben.”

“Wacht, ik vraag de officemanager,” dacht Hylkje en stak haar hoofd om de hoek van de deur. “Jisse, weet jij of er deze week behalve wij nog iemand in het directiekantoor is geweest?” “Nee, niemand. De directeur was weg, het was heerlijk rustig. Eeeuh, o! Behalve gister schiet me nu te binnen. Er was een dubbele boeking in onze vergaderruimte en het kwaliteitsteam had een overleg. Ze mochten van mij in het directiekantoor. Ze hadden nogal wat lawaai, er werd veel gelachen. Geen idee wat ze aan het uitspoken waren, maar het klonk heel gezellig.”
“Oh, nou ja, een beetje plezier in je werk kan geen kwaad natuurlijk,” zei Hylkje. “Wie waren die lolbroeken?” “Ff denken”, zei Jisse, “Eeh, die lange, Jelle Hilarides en zijn stagiair, die met dat brilletje, hoe heet ie ook alweer, Gosse nogwat.. Dijkstra! En Margje Gooyenga, die van het lab.”

“Aha… ,”dacht Hylkje, “dat stel is dus een tijdje met zijn drieën in het kantoor geweest. Laat ik die maar eens aan de tand gaan voelen. Ze zitten vast in de kantine, het is koffiepauze.”

Er klonk vrolijk gelach in de kantine maar toen Hylkje binnenkwam werd het opeens muisstil. Je kon een dropje horen vallen. Jelle, Gosse en Margje zaten aan een tafeltje verderop met rode koontjes onder hun mondkapjes en ze kon aan de pretlichtjes in hun ogen zien dat ze ergens plezier om hadden. Ze probeerden met zichtbare moeite onopvallend om zich heen te kijken en de onderzoekende blik van Hylkje te ontwijken.

Midden op de tafel lag een grote rode envelop. “Aan iedereen die niet zonder Oldtimers drop kan”, stond erop met schots en scheef geplakte uitgeknipte letters. “Hmmm, dit riekt naar een grap,” dacht Hylkje. Maar ze wilde het spelletje wel even meespelen, er heerste een kinderlijk opgewonden sfeer in de kantine – dat was in deze coronatijd wel eens anders geweest. Ze pakte de envelop, maakte hem open en haalde een getypte brief tevoorschijn, hoorde hier en daar gegniffel vanonder de mondkapjes en keek in het rond. Ze las de brief hardop voor.

Lees de brief